Alternatieven huidige maatschap medisch specialisten

Wilt u advies over uw medische praktijk? Stel uw vraag dan hier , geheel vrijblijvend uiteraard!

De hoeveelheid vrijgevestigd medisch specialisten verschilt per ziekenhuis en specialisme. Binnen bepaalde specialismen bevinden zich van oudsher relatief veel vrijgevestigd medisch specialisten, zoals bij cardiologie en orthopedie.

Vrijgevestigd vs. Loondienst

De verhouding vrijgevestigd-loondienst is de afgelopen jaren bij zowel de vrouwelijke als de mannelijke artsen vrij stabiel gebleven. Voorts worden er steeds meer vrouwen medisch specialist. Vrouwen werken overigens veel vaker in loondienst dan in het ‚Äėvrije beroep‚Äô. Uit de praktijk blijkt dat de keuze voor loondienst of het vrije beroep, vaak geen bewuste is. Een medisch specialist solliciteert op een bepaalde functie op basis van de inhoud. Hierbij zal hij zich in de meeste gevallen niet laten leiden door de organisatiestructuur waarin deze functie is gegoten. Als de keuze toch bewust gemaakt wordt zijn belangrijke overwegingen om voor loondienst te kiezen¬†flexibiliteit, stabiliteit van inkomen en reputatie. De flexibiliteit is voor de Nederlandse overheid, met het oog op 2015, een belangrijke factor.

De vrijgevestigd specialist dient meestal een zogenaamde¬†goodwillinvestering¬†te doen om toe te treden tot de maatschap. Hierdoor zal de vrijgevestigde specialist, in tegenstelling tot de specialist in een loondienstverhouding, minder snel van werkplek veranderen. Mede hierdoor staat de positie van de ‘ondernemende’ specialist onder druk.

Meer over de vrijgevestigd medisch specialist

Aan het huidige hybride systeem van vrijgevestigd specialisten, o.a. door het goodwillsysteem, zitten dus de nodige haken en ogen. Het afbouwen (en op termijn afschaffen) van dit systeem is om meerdere redenen een goed idee. Een aantal maatschappen heeft al het voortouw genomen en enkele creatieve constructies bedacht en in de praktijk gebracht. Groeiende druk vanuit overheid en ziekenhuizen heeft in 2015 voor veel vrije beroepsbeoefenaren geleid tot overstap naar het zogenaamd Medisch Specialistisch Bedrijf (MSB).

Alternatieven voor de maatschap medisch specialisten

Een van de belangrijkste redenen voor VWS om van het model met zowel loondienst als vrij ondernemerschap af te komen was de problematiek rondom het goodwillsysteem. Daarom de belangrijke vraag: Wat zijn de alternatieve constructies voor een duurzame oplossing van de goodwillproblematiek zonder de relatie tussen ziekenhuis en medisch specialist te schaden?

Een juridische strijd om een (goodwill)vergoeding tussen het ziekenhuis en medisch specialisten en/of maatschap leidt onvermijdelijk tot aantasting van hun relatie. Het is juist deze relatie die bestendigd moet worden om de komende jaren de zorg te verbeteren en betaalbaar te houden. Het uitgangspunt van de alternatieven is dus het voorkomen van een dergelijk geschil. Volgens de commissie Meurs is het realistisch om uit te gaan van het voortbestaan van een hybride systeem met zowel loondienst als ondernemerschap.

Het Ministerie van VWS heeft sterk aangestuurd op massale overgang van vrijgevestigd naar loondienst. Dit beoogde effect, onder meer met een subsidieregeling van een ton, bleef echter uit.

Voor de volledigheid zal hier ook het scenario besproken worden waarin het vrije beroep volledig uit de ziekenhuiszorg verdwijnt en alle specialisten in loondienst worden geplaatst. Vervolgens komen enkele alternatieven aan bod waarin het goodwillsysteem afgebouwd, afgeschaft of omgezet. Bij behoud van het ondernemerschap is voor de specialisten zelf vooral het behoud van ondernemersfaciliteiten van belang. Daarom zullen ook de fiscale consequenties van de verschillende rechtsvormen kort aan bod komen.

Loondienst

De overgang naar integrale bekostiging in 2015 zou voor beleidsmakers een uitgelezen mogelijkheid zijn om alle medisch specialisten in loondienst te laten werken. Een overheid die alle specialisten dwingt in loondienst te dwingen is juridisch onhaalbaar. Dit druist in tegen de contractvrijheid. Het ontmoedigen van het vrije beroep kan wel betekenen dat er een grote overstap wordt gemaakt. Zeker wanneer loondienst aantrekkelijker wordt gemaakt of de specialisten, zoals in casu het geval, indirect worden gedwongen. Wat zijn de gevolgen van een massale overstap op loondienst?

Het type arbeidsverhouding sterk per specialisme. Zo werken tegenwoordig vrijwel alle kinderartsen in loondienst. Dit is niet altijd zo geweest. Bij de kinderartsen kwam het merendeel tot een gunstig akkoord met de ziekenhuizen. Zij maakten vrijwillig de overstap naar loondienst. Wanneer de praktijk toentertijd werd overgedragen aan een opvolger die koos om over te stappen op loondienst, zouden de uittreders normaliter de ooit betaalde goodwill niet meer terugzien. Het Centraal Orgaan Tarieven Gezondheidszorg (later opgegaan in de NZa) verzorgde daarom een eenmalige uitkering van 150.000 gulden. In die tijd zijn er vaak door ziekenhuizen en specialisten onderling afspraken gemaakt over een aanvullende uitkering. Het verdient opmerking dat de kinderartsen gemakkelijk akkoord gingen met de genoemde regeling omdat ze toch al één van de minstverdienende groepen specialisten vormen. Hun jaaromzet (dus vergelijkbaar met de goodwill) was ongeveer gelijk aan de regeling van 150.000 gulden. Bij specialisten met een hogere jaaromzet zou een dergelijke regeling niet geaccepteerd worden. Bovendien kozen de kinderartsen toch al voor loondienst waardoor de goodwill in waarde daalde en er een oplossing gevonden moest worden.

Een dergelijke collectieve voorziening voor vrije beroepsbeoefenaren uit alle specialismen, gefinancierd door de een overheidsinstantie, is momenteel weinig realistisch.

Een keer in de zoveel tijd laait de discussie weer op: moeten alle specialisten in loondienst of houden we vast aan het huidige hybride stelsel Naar aanleiding van het regeerakkoord was ook Minister Schippers (VWS) de mening toegedaan dat alle specialisten in loondienst moeten. Na een tevergeefse poging met een subsidieregeling eind 2014, leek de politieke situatie rondom de vrijgevestigd specialist wat tot rust gekomen.

Achterhaald

Zorgvisie schrijf recent¬†dat minister van Financi√ęn Jeroen Dijsselbloem alle specialisten in loondienst wilde. Opmerking verdient wel dat deze interne mail door Dijsselbloem verstuurd aan de collega’s in het kabinet stamt uit eind 2014. Toen was er allerlei berichtgeving over ‘supermaatschappen’ waarin er schijnconstructies werden opgericht puur gericht op behoud van de fiscale voordelen. Waarom dit bericht nu geplaatst wordt is niet volledig duidelijk.

Dijsselbloem wil af van ‚Äėschijnconstructies‚Äô van ondernemerschap van medisch specialisten.

Dat staat in een interne mail van minister Jeroen Dijsselbloem, in het bezit van Zorgvisie, die hij 16 oktober 2014 heeft gestuurd aan zijn collega’s in het kabinet. Dijsselbloem stuurde de mail naar aanleiding van berichtgeving op diezelfde dag in Zorgvisie: ‘Fiscus geeft groen licht voor supermaatschap‘.

Interne mail Dijsselbloem

Dijsselbloem schrijft in de mail dat hij het bericht op Zorgvisie ‘zorgwekkend’ vindt: ‘De ontwikkeling die we, kabinet, willen is dat de “schijnconstructie” van ondernemerschap binnen ziekenhuisorganisaties ophoudt en dat specialisten gewoon in dienst van het ziekenhuis komen. Belangrijkste reden voor dat laatste is kostenbeheersing. Het management van onze ziekenhuizen is, gegeven de zwakke positie tov de maatschappen, onvoldoende in staat om de kosten te beheersen. Wat wel van hen wordt ge√ęist door verzekeraars. En terecht! We moeten nu druk op de specialisten houden. Dat betekent dus geen nieuwe fiscale constructies (supermaatschap?) om toch weer ondernemersfaciliteiten te kunnen behouden. Graag bevestig ik dat dit ook ons beleid is en dat de BD (Belastingdienst, red.) langs deze lijn werkt.’

Schippers: re√ęle keuze loondienst of vrijgevestigd

De opvatting sluit aan bij het regeerakkoord, waarin staat dat het fiscale ondernemerschap van medisch specialisten verdwijnt als per 1 januari 2015 het specialistenhonorarium onderdeel is van het ziekenhuisbudget. Echter, minister Schippers van VWS heeft op 16 juli 2013 een bestuurlijk hoofdlijnenakkoordgesloten, met de Orde van Medisch Specialisten (tegenwoordig Federatie Medisch Specialisten, FMS) en de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), waarin staat dat vrijgevestigde medisch specialisten een re√ęle keuze moeten behouden of ze in loondienst willen of dat ze vrijgevestigd medisch specialist willen blijven. Het akkoord was een succes voor de Federatie, die onder aanvoering van voorzitter Frank de Grave, een partijgenoot van minister Edith Schippers van VWS, een stevige lobby ¬†heeft gevoerd voor behoud van het fiscale ondernemerschap.

Behoud fiscale ondernemerschap

Daarna volgde een periode van intensief overleg om het fiscale ondernemerschap ook echt te faciliteren. ¬†Daarbij zijn naast VWS, de NVZ en de Orde ook Financi√ęn en de Belastingdienst betrokken. Dat heeft in december 2013 geleid tot een¬†gezamenlijke afspraak over vier fiscale modellen waarbij medisch specialisten voor de fiscus hun ondernemerschap behouden. Cruciaal daarbij is dat ze echte ondernemersrisico’s moeten lopen in de vorm van investeringen en personeelskosten.

Dijsselbloem haalt bakzeil

Deze lijn is ook terug te vinden in een brief van Schippers aan de Tweede Kamer, geaccodeerd¬† door Financi√ęn, van 31 oktober 2014, dus na de interne mail van Dijsselbloem. Financi√ęn gaat dus akkoord met behoud van fiscaal ondernemerschap, maar als het aan Dijsselbloem ligt dan gaan de specialisten in loondienst. Opmerkelijk is dat minister Schippers in haar brief van 31 oktober 2014 ook nadrukkelijk meldt dat medisch specialisten en ziekenhuizen er goed aan doen zich voor te bereiden op eventuele negatieve beschikkingen van de fiscus: ‘Van belang vind ik ook dat ziekenhuizen zich afdoende voorbereiden op een onverhoopt negatieve beoordeling door de Belastingdienst. Een open gesprek tussen de raad van bestuur en medische staf over de gevolgen van bijvoorbeeld een fictief loondienstverband is van belang voor de bestuurbaarheid van het ziekenhuis.’

Belastingdienst oordeelt achteraf

Of medisch specialisten vrijgevestigd zijn, is nu aan de Belastingdienst om te bepalen. Die beoordeelt achteraf, elk geval op zichzelf. Het zijn de lokale belastinginspecteurs die een Salomonsoordeel zullen vellen op basis van de Wet Inkomstenbelasting 2001. De mail van Dijsselbloem roept de vraag op hoe onafhankelijk ze deze afweging kunnen maken. Het ultieme oordeel zal eventueel de rechter geven.

Realistisch

Het idee alle specialisten op korte termijn in loondienst te laten werken is niet haalbaar gebleken. Ook de commissie Meurs heeft destijds (2012) geoordeeld dat een massale overstap niet heel waarschijnlijk is. En inderdaad zijn er door alle belanghebbenden meerdere modellen voorgelegd waarin de specialisten niet massaal in loondienst hoeven en het fiscaal voordeel voor vrije beroepsbeoefenaren behouden blijft. Die modellen zijn er juist op gericht de belangen van ziekenhuis(bestuur) en specialisten zoveel mogelijk op één lijn te krijgen.

MSB

Het idee alle specialisten in loondienst te ‘dwingen’ was mooi, maar een te radicale verandering die, inderdaad, op stevige weerstand vanuit de beroepsgroep zelf kon rekenen. Niet verwonderlijk. Hoe dit soort zaken in de praktijk uitpakken is lastig te voorspellen. Tot nu toe lijkt het MSB de rol van de traditionele maatschap te vervangen.¬†De √©√©n relativeert de rol van het MSB en ziet het als een overgang¬†naar een meer houdbaar model, voor de ander is de opkomst van het Medisch Specialistisch Bedrijf de nieuwe Fyra.

Meerdere wegen

Er was dus een politieke wil om alle specialisten in loondienst te laten werken. De praktijk is echter weerbarstiger. De opkomst van het MSB lijkt de vrijgevestigd medisch specialist weer vrij stevig in het zadel te hebben geholpen. Het MSB is wellicht niet het meest ideale vehikel, maar lijkt als overgangsconstructie redelijk te functioneren. Het doel van de minister is een betaalbare zorg waarin belangen van ziekenhuis en specialisten min of meer op √©√©n lijn zitten, met als ultieme uitkomst een betere pati√ęntenzorg. De politiek moet niet per definitie volharden in een volledige overgang naar loondienst. Wellicht leiden nieuwe ontwikkelingen in het MSB wel tot een uitstekend werkende medisch specialistische zorg.¬†Er¬†zijn vele wegen die naar Rome leiden…

Alternatieven in een hybride systeem:

In- en uitverdienregelingen:

De financi√ęle praktijkoverdracht middels een goodwillvergoeding voldoet volgens sommigen niet meer aan de eisen van deze tijd en dient volgens hen¬†volledig te worden afgeschaft. De gebeurtenissen in 2015 zullen hiertoe aanzet geven, maar uiteindelijk dient een goed alternatief door de beroepsgroep zelf te worden ge√Įnitieerd.

Een in- en uitverdienregeling zou een goede (tussen)oplossing kunnen zijn.  Een dergelijke regeling zorgt voor aanzienlijk minder belasting van de toetredend maat. Deze hoeft geen grote lening af te sluiten om zich in te kopen, maar kan dit geleidelijk doen. Bovendien blijven de maten die zich voor de invoering van een dergelijke regeling hebben ingekocht recht houden op een (weliswaar gefaseerde en wellicht iets lagere) vergoeding van hun pensioenvoorziening. Deze regeling kan volledig winstafhankelijk worden gemaakt, waarmee de complexe berekeningsmethode op basis van omzet voor zowel de transitieperiode als na de invoering van de integrale bekostiging wordt vermeden. Er hoeven dan geen berekeningen te worden gedaan op basis van omzet uit het verleden of onzekere schattingen te worden gedaan over toekomstige winstverwachtingen. Hoe dit precies moet worden vormgegeven zal binnen iedere maatschap in goed overleg moeten plaatsvinden. Het feit dat er in de afgelopen jaren al vele keren met succes met een in- en uitverdienregeling is gestart in maatschappen biedt een mooi aanknopingspunt. Dergelijke praktijkvoorbeelden kunnen als handleiding dienen voor maatschappen die met een dergelijke regeling willen beginnen.

Hieronder volgt een voorbeeld van een in- en uitverdienregeling in de maatschap Anesthesiologie en Intensive Care Zwolle:

Afspraken in- en uitverdienregeling maatschap Anesthesiologie en Intensive Care Zwolle:

  • Een toetreder heeft de eerste zes jaar na toetreding recht op 85 procent van de winstgerechtigdheid behorende bij zijn arbeidsinbreng. Daarna heeft hij recht op 100 procent van de winstgerechtigdheid passend bij de arbeidsinbreng.

  • Bij uittreden ontvangt de uittredende maat 90 procent van de winstgerechtigdheid, passend bij de arbeidsinbreng bij uittreden, in het jaar volgend op het uittreden, uit te keren over een periode van twaalf maanden.

  • Als een maat gedurende de inverdienregeling uittreedt, ontvangt hij in het jaar na uittreden het aantal maanden maatschaplid gedeeld door 72 maal 90 procent van de winstgerechtigdheid, passend bij de arbeidsinbreng bij uittreden in het jaar volgend op het uittreden, uit te keren over een periode van twaalf maanden.

De OMS heeft haar zorgen geuit over in- en uitverdienregelingen. Het feit dat de vertrekker dan wel overblijvende maten in feite de toetreder deels financieren, ziet de OMS als een mogelijke bron van conflicten. Ook zou het de overblijvende maten financieel te sterk belasten bij het uittreden van meerdere maten. Over het laatste kunnen contractuele afspraken worden gemaakt. De uitkering van het winstaandeel aan de uittreder(s) kan in een dergelijk geval bijvoorbeeld over een langere periode worden uitgesmeerd. Wederom is het van belang hieromtrent bij voorbaat goede afspraken te maken op grond van alle mogelijke scenario’s.

Mijns inziens weegt de drempelverlaging (afschaffing van de goodwillinvestering) bovendien zwaarder dan het in stand houden van de huidige goodwillsystematiek. De OMS spreekt overigens bij een in- en uitverdienregeling van een gefaseerde betaling van goodwill. Naar mijn idee is hier geen sprake meer van, maar vormt dit een systeemoplossing waarmee de maatschap feitelijk goodwillvrij wordt gemaakt.

Fonds: Huisartsenoplossing van de jaren ‚Äė80

De huisartsen is het in de jaren ‚Äė80 gelukt om los te komen van het goodwillsysteem. Hiertoe werd collectief akkoord gegaan om iets op het honorarium in te leveren. Hierop staken de verzekeraars jarenlang geld in een goodwillfonds. Huisartsen die zich toentertijd hebben ingekocht met een goodwillinvestering kunnen nu nog een beroep doen op dit fonds. Een dergelijke oplossing zou ook voor vrijgevestigd medisch specialisten uitkomst kunnen bieden.

Alle goodwillrechten van de vrijgevestigd medisch specialisten wordt overgedragen aan een soort fonds. Hiervoor krijgt de overdrager een pensioenaanspraak. Deze vergoeding, waarvan een pensioenverzekering kan worden gekocht, wordt op een gefixeerde datum uitgekeerd. Bijdragers aan het fonds zijn degenen die baat hebben bij opheffing van de goodwillsystematiek. In de eerste plaats zijn dit dus de intredende medisch specialisten. Het lijkt wel enigszins tegenstrijdig om de jonge intredende specialist om een vergoeding te vragen, terwijl hij er geen goodwillrecht voor terugkrijgt. De bijdrage die de intredende specialist betaalt moet dus wel in verhouding staan tot zijn voordeel bij het opheffen van het goodwillsysteem en de bijbehorende verandering van de gezondheidszorg als geheel. Specialisten die in de toekomst in loondienst bij het ziekenhuis gaan werken, kunnen ook bijdragen aan de pensioenpot. Het ziekenhuis betaalt dan een deel van haar budget, normaliter bedoeld om de medisch specialist te bekostigen, om de pensioenpot te spekken. Met dergelijke bijdrages kan het fonds min of meer gelijkwaardig door de belanghebbenden worden gefinancierd. Het nadeel is dat het lastig kan zijn om het belang van partijen goed in te schatten. Om duidelijkheid te scheppen en dus bereidheid bij de medisch specialisten te kweken dient hiervoor een goede maatstaf worden aangelegd. Het ligt in de rede om ook de huidige goodwillgerechtigden een deel van de financiering van het fonds te laten dragen. Het geeft waarschijnlijk een verkeerd signaal om hen wel volledig te compenseren. Bovendien duurt financiering van de pensioenpot zonder bijdrage van de goodwillgerechtigden te lang waardoor het niet zal werken.

Nieuwe rechtsvorm/ondernemingsvorm:

De bovenstaande oplossingen schaffen de drempel van het huidige goodwillsysteem af. Hiermee is echter nog niet gezegd dat dit voor hen loont, aangezien zij na 2015 mogelijk alsnog hun ondernemersfaciliteiten verliezen. De onderstaande alternatieven richten zich daarom mede op het behoud van het (fiscaal) ondernemerschap.

De regiomaatschap

Regiomaatschappen zijn instellingsoverstijgende maatschappen. Regiomaatschappen bestaan al geruime tijd maar roepen recent veel tegenstand op. Hoewel samenwerking tussen zorgaanbieders √©√©n van de hoofdprioriteiten uit het regeerakkoord is, wordt de vestiging van mega- of regiomaatschappen ontmoedigd. Volgens een recent rapport van de NZa heeft 72 procent van de 81 ziekenhuizen die hebben gereageerd aangegeven met regiomaatschappen te maken te hebben, vari√ęrend van √©√©n tot twaalf regiomaatschappen per ziekenhuis. Hoewel de regiomaatschap voor specialisten voordelig kan zijn, is de trend ten aanzien van het overheidsbeleid en de ziekenhuizen veeleer belemmerend. De regiomaatschap kan namelijk de onafhankelijkheid van het ziekenhuis vergroten. Dit staat haaks op het doel van meer gelijkgerichte belangen. Verder kan de regiomaatschap het selectief inkoopbeleid belemmeren. Om tot een fusie van maatschappen te komen dienen vaak grote cultuurverschillen te worden overbrugd. Het is goed voor te stellen dat binnen een regiomaatschap conflicten uitbreken.

Een voordeel van de regiomaatschap is dat het kan leiden tot meer (sub)specialisatie. De regiomaatschap biedt bovendien voor de specialisten een ‚Äėoplossing‚Äô aangezien zij het fiscaal ondernemerschap kunnen behouden. Zij kunnen namelijk meerdere ziekenhuizen ziekenhuizen bedienen waardoor eerder aan de ondernemersvereisten wordt voldaan. Het goodwillprobleem wordt er helaas op geen enkele manier mee opgelost.

De regiomaatschap is geen goed alternatief voor de bestaande situatie. Hoewel het functioneel kan zijn voor de waarborging van kwaliteit en beschikbaarheid van zorg, levert de regiomaatschap ook veel problemen op. Het goodwillvraagstuk wordt er niet mee opgelost. Bovendien werkt het de marktwerking en gelijkgerichtheid van belangen tegen. Aan de vorming van regiomaatschappen lijken louter financi√ęle en strategische belangen ten grondslag te liggen. De regiomaatschap is mededingingsrechtelijk problematisch. Er zijn mogelijkheden om tegen machtsconcentraties bij de regiomaatschappen op te treden via de ziekenhuizen middels toepassing van het kartelverbod door de Autoriteit Consument en Markt (ACM), dan wel via aanmerkelijke marktmacht (AMM) door de NZa. Hierop kan worden ingezet om de verdere uitbreiding van maatschapsfusies tegen te gaan.

Aandeelhouderschap

De eigenaar van het ziekenhuis (stichting) richt een bv (of nv) op. De aandelen van deze bv worden verkocht aan de specialisten. Als eigenaar van het ziekenhuis hoeft de specialist niet nog apart eigenaar te zijn van zijn praktijk.De stichting functioneert als een beheerstichting.

Het goodwillprobleem wordt hiermee opgelost. De praktijk van de vrijgevestigd specialist wordt namelijk verkocht aan de bv, waarvoor de specialist een bedrag voor de goodwill retour krijgt. In feite wordt de goodwill dus ingewisseld voor een aandeel in de bv. De ingewikkelde en onzekere berekeningssystematiek van goodwill in maatschappen maakt plaats voor een transparanter systeem. Het meest bekende voorbeeld van een dergelijk model is het Medisch Specialistisch Bedrijf, kortweg MSB.

Het huidige duale model met een ziekenhuisbestuur en medisch stafbestuur vervaagt in deze structuur. Door de oprichting van een BV en de uitgifte van aandelen aan de voormalig maten, kunnen de vrijgevestigd specialisten als ondernemer aangemerkt blijven. De belastingdruk wordt voor de specialisten in een BV weliswaar lager, maar ze verliezen ook de gunstige ondernemersfaciliteiten die het ondernemerschap in de maatschap hen verschafte.

De honorariumopbouw bij een dergelijke structuur biedt grote voordelen voor de gewenste gelijkgerichtheid van belangen. Er kan gedacht worden aan een honorariumstructuur vergelijkbaar met die bij een partnerorganisatie zoals veel advocatenkantoren die kennen. Een vast basishonorarium (per specialisme verschillend), aangevuld met een prestatiebeloning op grond van het nettoresultaat van het ziekenhuis en dat van de eigen praktijk of vakgroep. Hier bovenop komt nog het dividend.

Het ziekenhuisbestuur en andere investeerders kunnen eventueel ook een aandeel nemen. Hiermee kan de gewenste gelijkgerichtheid van belangen worden versterkt. Deze constructie heeft veel kenmerken van het hiervoor besproken participatiemodel. Belangenbehartigers van de vrije beroepsbeoefenaren staan hier welwillend tegenover, omdat het behoud van (en zo mogelijk versterking van) ondernemerschap hun hoogste prioriteit heeft. Een keuze voor dit model is inderdaad een keuze voor juist meer ondernemerschap. Dit ondernemerschap komt het beste tot zijn recht in nieuwe te ontwikkelen MSB‚Äôs. Hierin zullen de specialisten samenwerken met andere artsen en personen die het zorgmanagement voor hun rekening nemen. Het MSB vertegenwoordigt de specialisten in afspraken met het ziekenhuis. De VVMS ziet de co√∂peratie voor de beginperiode als meest geschikte rechtsvorm. Het grote voordeel aan de co√∂peratie is dat deze een variabel doel heeft en dit dus in de komende periode nog kan worden aangepast. Hierdoor kan de co√∂peratie ook nu al ge√Įmplementeerd worden. Specialisten kunnen zich reeds gaan verzamelen in co√∂peraties en leden alvast leren hoe ze moeten omgaan met de veranderingen vanaf 2015. Het huidige sterk verdeelde veld van medisch specialisten zal op die manier gemakkelijker de belangen kunnen verdedigen.

Er moet in 2015 en daarna nog veel gebeuren. Alle stakeholders moeten op één lijn zitten. Dat wordt gezien de uiteenlopende belangen nog zeer ingewikkeld. Een in- en uitverdienregeling of een pensioenpot kan een goede oplossing zijn om de zitten specialisten ten aanzien van hun  goodwillrechten in ieder geval deels tegemoet te komen. Het ondernemerschap en de bijbehorende faciliteiten zijn hiermee echter niet gewaarborgd. Uit alles blijkt dat er een sterke wens is van vrijgevestigd specialisten om dat ook te blijven. De gang naar loondienst zit er, ondanks een tevergeefse poging met een subsidiemaatregel van Minister Schippers, niet in

De kans op een hernieuwde ruling van Financi√ęn die de status van de vrijgevestigd waarborgt is echter aanwezig. Ook is de kans groot dat het volgens de Belastingdienst voldoende aannemelijk is dat er sprake is van fiscaal ondernemerschap in de huidige situatie.

Voor de specialisten is dit gunstig, voor het zorglandschap als geheel wederom een vertraging van daadwerkelijke systeemveranderingen. De kans dat de specialisten dan worden geprikkeld om de goodwillproblematiek eindelijk op te lossen is klein. Een gedwongen transitie naar loondienst is in dat opzicht op korte termijn een ingrijpende doch voor de toekomst mogelijk gunstiger oplossing. Aan de andere kant kan ondernemerschap in een nieuwe vorm misschien wel beter de belangen van alle partijen dienen dan een volledige overgang naar een loondienstmodel. Voor het implementeren van een volledig nieuw model (bijvoorbeeld via MSB’s) is echter meer tijd nodig. Spoedig overleg tussen overheid, ziekenhuizen en specialisten is aan te bevelen.

Advies over uw medische praktijk?

  • Dit veld is voor validatie doeleinden en moet ongewijzigd blijven.
Geplaatst in Gezondheidsrecht, Privaatrecht en getagd met , , .

Thomas Jaques

Jurist privaatrecht, gezondheidsrecht. Mede-oprichter legalee. Ook ondernemer in nautische sector.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *